Eerste orthomoleculaire kenniscentrum van Nederland
HomeOrthomoleculaire bibliotheek
Woorden per letter:
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Woorden met de letter A (108)
  • A.L.S.
    Zie amyotrofische laterale sclerose.
  • Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid
    (ADH) is de gemiddelde behoefte van een bepaalde vitamine van de Nederlandse bevolking met daar bovenop nog een ruime marge om rekening te houden met de spreiding van de behoefte in de bevolking.
  • Abeta-eiwit
    Voorlopereiwit dat zich bij de ziekte van Alzheimer in het hersenweefsel omhoopt en wordt omgezet tot amyloïd. Mogelijk spelen secundaire (erfelijke) factoren, zoals voor Apo-E4, een rol.
  • Absorptie
    Opname van stoffen, vooral vanuit het maagdarmkanaal naar het bloed.
  • Acesulfame-K
    Kunstmatige zoetstof, tweemaal zo zoet als suiker.
  • Acetaldehyde
    Toxische stof die voortkomt uit de omzetting van alcohol in de lever.
  • Acetylcholine
    Een stof (neurotransmitter) die werkt bij de prikkeloverdracht van zenuwimpulsen.
  • Acetylcholine esterase
    Een enzym dat acetylcholine afbreekt in acetaat en choline. Er vindt na afbraak geen signaaloverdracht meer plaats.
  • Acinetobacterie
    Bacterie die zich via de lucht verspreidt. Komt veel voor in ziekenhuizen en is de veroorzaker van wondinfecties en longontstekingen.
  • Acne
    Een puistvormende ontsteking van de talgklieren in de huid. Komt meestal voor in de puberteit.
  • Acupunctuur
    Behandeling met naaldjes die op specifieke plaatsen (acupunctuurpunten) in het lichaam worden geplaatst om blokkades in het energiesysteem op te heffen, waardoor aandoeningen kunnen worden verholpen.
  • Adaptatie
    Letterlijk aanpassing. Wordt in de fysiologie bedoeld als de aanpassing van het lichaam aan stressoren van buitenaf. Na een eerste blootstelling voelt de persoon zich ziek, maar na een aantal blootstellingen raakt het lichaam gewend en treden geen ziekteverschijnselen meer op. Voorbeeld: de eerste sigaret maakt misselijk. Het lichaam is er niet aan gewend. Echter bij regelmatig roken past het lichaam zich aan en verdraagt de 'vergiftiging' (adaptatie).
  • Adaptogenen
    Stoffen die het lichaam helpen zich aan te passen aan stressoren en aan stressvolle omstandigheden. Voorbeeld: ginseng in geval van topsport.
  • Additieven
    Worden aan voedingsmiddelen toegevoegd om de eigenschappen van een levensmiddel te veranderen. Ze verbeteren bijvoorbeeld de houdbaarheid of de structuur, maar kunnen ook de smaak van het product versterken. Additieven leveren geen bijdrage aan de voedingswaarde. Worden meestal aangeduid met een E-nummer.
  • Ademhalingsquotiënt
    Verhoudingsgetal tussen de ingeademde zuurstof en uitgeademde kooldioxide gedurende een bepaalde tijd.
  • Adenine
    één van de vier DNA-bouwstenen
  • Adenocarcinoom
    Een kwaadaardig woekergezwel van epitheelweefsel (huid, slijmvlies en klierweefsel. Het is een kwaadaardige tumor uitgaande van klierweefsel. Borstkanker is een voorbeeld van een adenocarcinoom
  • Adenoom
    Is een gezwel dat ontstaat door een goedaardige weefselwoekering uitgaande van klierweefsel (vergelijk adenocarcinoom).
  • Adenosine
    Lichaamseigen stof die betrokken is bij de regulatie van de hartslag. Als medicijn wordt het wel gebruikt ter vertraging van de hartslag.
  • Aderverkalking
    Atherosclerose. Het dichtslibben van de bloedvaten en het ontstaan van de plaques. Bijvoorbeeld dichtslibbing van de bloedvaten die naar de hersenen leiden (gevolg: dementie, beroerte) of die rondom het hart (gevolg: angina pectoris en hartaanval). Waardoor de aderen precies dichtslibben is men het nog niet eens. Factoren die bijdragen aan atherosclerose zijn de oxidatie van het LDL-cholesterol, een verhoogde homocysteïne, vrije radicalenreacties, verstoorde stollingsprocessen en ontstekingen in de vaatwand (feitelijke een immunologische reactie).
  • ADH
    Is Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid
  • ADHD
    Attention Deficit Hyperactivity Disorder, ofwel in het Nederlands Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit. De volgende symptomen behoren tot ADHD (hoeven niet alle tegelijk voor te komen): aandachtsproblemen / concentratieproblemen, impulsiviteit, hyperactiviteit, tijdsbeleving. Er zijn verschillende typen ADHD. Wordt vooral gezien bij kinderen. Wordt vaak behandeld met het medicijn Ritalin, maar kan beter behandeld worden door ADHD als een allergische aandoening te zien.
  • Adhesie-eiwitten
    Eiwitten die in het lichaam onder andere een immuunfunctie hebben.
  • Adiponectine
    Is een door vetweefsel geproduceerd eiwit. Een hogere bloedspiegel van dit eiwit houdt verband met een verlaagd risico van suikerziekte.
  • ADP
    Adenosinedifosfaat. Voorloper van het adenosinetrifosfaat (ATP), de chemische energiepakketjes in de lichaamscellen.
  • Adrenaline
    Stresshormoon dat wordt aangemaakt in de bijnieren. Het werkt bloeddrukverhogend.
  • Aften
    Kleine kratervormige, vaak pijnlijke zweertjes in de mond op tandvlees, tong of lippen.
  • Afvallen
    Zie overgewicht
  • Age-essential micronutriënten
    Voedingsstoffen die met de leeftijd in concentratie in het lichaam afnemen, waardoor lichaamsfuncties niet naar behoren kunnen verlopen. Deze ‘leeftijd-essentiële’ micronutriënten verbeteren ook het vermogen van het lichaam om om te gaan met oxidatieve stress en stress als gevolg van de omgeving en van toxische stoffen. De term is geïntroduceerd door het Linus Pauling Institute.
  • Aglyconen
    Deze stoffen zijn te vinden in voedingssupplementen, maar worden ook in de darm, enzymatisch omgezet vanuit de glyconen genistine en daïdzine uit soja.
  • ALA
    Alfalinoleenzuur
  • Alanine
    Niet-essentieel aminozuur.
  • ALAT
    Alanine aminotransferase is een enzym dat voornamelijk in de lever voorkomt. Wordt bij leverbeschadiging afgegeven aan de bloedbaan.
  • Albumine
    Het meest voorkomende eiwit in het bloed dat dient voor het transport van allerlei stoffen. Wordt uitgescheiden via de nieren.
  • Albuminurie
    Is het vóórkomen van albumine in de urine
  • Alcohol
    Alcohol 'rooft' vitamines en mineralen. Feitelijk is het een gifstof die in de lever moet worden afgebroken (waarna de wateroplosbare afbraakproducten via de nieren het lichaam kunnen verlaten). Bij dit proces zijn vooral zink en vitamine C betrokken.
  • Alfacalcidol
    Een vorm van vitamine D (1-hydroxy-vitamine D).
  • Alfacaroteen
    Roodoranje gekleurde stof, behorend tot de carotenoïden. Komt onder andere voor in eidooier en worteltjes. Heeft antioxidatieve activiteit, maar niet zo sterk als bètacaroteen.
  • Alfalinoleenzuur
    (ALA) Meervoudig onverzadigd vetzuur dat bovendien een essentieel vetzuur is. Lijnolie en hennepzaadolie bevatten respectievelijk 58 en 20% alfalinoleenzuur.
  • Alfaliponzuur
    Wordt ook wel thioctinezuur genoemd. Krachtige antioxidatieve stof. Gaat veroudering tegen. Kleine hoeveelheden worden gevonden in aardappelen, spinazie en rood vlees.
  • Alfatocoferol
    Vitamine E
  • Algemeen adaptatiesyndroom
    General Adaptation Syndrome
  • Alginezuur
    Koolhydraat afkomstig van zeewier. Wordt wel gebruikt als een desintegratiemiddel in een tablet.
  • Alkalisch
    Basisch; een pH groter dan 7 (niet zuur)
  • Allel
    Elk gen kan meerdere vormen hebben. Eén dergelijke vorm wordt een allel genoemd. Als er voor een bepaald gen sprake is van twee gelijke allelen, dan heet een dergelijk gen homozygoot. In geval van twee verschillende allelen, heet het gen heterozygoot.
  • Allergie
    Overgevoeligheid voor een stof of meerdere stoffen (antigenen). Is per definitie een immunologische reactie, welke onafhankelijk is van de hoeveelheid allergeen, waaraan het lichaam wordt blootgesteld.
  • Allium
    Plantengeslacht. Hiertoe behoren onder andere de ui, knoflook, prei, bieslook, etc.
  • Aluminium
    (Al). Rijk aan aluminium zijn kookgerei, gedroogde kruiden, voedingsadditieven E 173, maagmiddelen (lees etiket).
  • Alvleesklier
    Pancreas. Orgaan dat insuline produceert.
  • Alzheimer, ziekte van
    Is een ziekte van de hersenen waarbij weefsels degenereren, meestal beginnend op middelbare leeftijd.
  • Amalgaam
    Tandvulling dat bestaat uit gemiddeld 50% kwik. Voorts bevat het nog zilver (35%), koper, tin en zink.
  • Amandelen
    Noten die zijn rijk aan mineralen en die belangrijk zijn voor een goede hartwerking zoals magnesium, kalium, calcium en koper
  • American Journal of Clinical Nutrition:
    Dit is internationaal het meest toonaangevende tijdschrift op het gebied van voeding.
  • Ames, Bruce N.
    Amerikaanse biochemicus die veel onderzoek doet op het gebied van veroudering.
  • Aminozuren
    Bouwstenen van eiwitten. Er zijn er twintig, waarvan acht die de mens niet zelf kan maken, maar uit de voeding moet halen. Deze zogeheten essentiële aminozuren zijn valine, leucine, isoleucine, fenylalanine, tryptofaan, threonine, methionine en lysine. Histidine, cysteïne, tyrosine en arginine worden ook wel als essentieel beschouwd (semi-essentieel). Daarnaast zijn er nog alanine, asparaginezuur, asparagine, glutaminezuur, glycine, proline, serine en glutamine (de niet-essentiële aminozuren).
  • Amygdaline
    Vitamine B17 of Laetrile. Bittere stof, vooral gevonden in vruchtenpitjes. Wordt antikanker werking aan toegeschreven. Verboden in Nederland.
  • Amylase
    Enzym dat koolhydraten (glycogeen en zetmeel) in glucose-eenheden splitst. Komt in de mond (in speeksel) voor en in de darm.
  • Amyloïd
    Grauwe, spek- of wasachtige eiwitsubstantie van wisselende samenstelling, die zich in sommige pathologische omstandigheden diffuus in het lichaam dan wel in een of meer organen ophoopt. Amyloïd bestaat uit eiwit en zure suikerverbindingen (glycosaminoglycanen). Het eiwit wordt gekenmerkt door-kris-kras georiënteerde fibrillen, de amyloïdfibrillen, waartussen diverse andere eiwitten 'gevangen' zitten.
  • Amyloïdose
    Dit is een klinische naam voor een groep ziektebeelden gekenmerkt door, en tengevolge van, de afzetting van een amorf materiaal in de weefsels, het amyloïd. Dit amyloïd wordt in extracellulaire afzettingen aangetroffen, en de ziekteverschijnselen worden veroorzaakt door verlies van orgaan- of celfunctie tengevolge van deze afzettingen, waarbij ook de specifieke plaats in het weefsel waar het amyloïd is afgezet van betekenis is.
  • Amylopectine
    Een vorm van zetmeel.
  • Amyotrofe laterale sclerose
    A.L.S. is een fataal aflopende ziekte aan de motorneuronen waarbij verhardingen optreden in het ruggemerg en in de hersenen. Het gevolg is dat de spiermassa afneemt, waardoor patiënten problemen krijgen met spreken, slikken en ademen. Ook wel de ziekte van Lou Gehrig genoemd.
  • Anabolisme
    Opbouw van lichaamsweefsels uit voedingsstoffen. Vormt samen met katabolisme (afbraak) het metabolisme (stofwisseling).
  • Anemie, pernicieus
    Dit is een zeldzame vorm van bloedarmoede die wordt gerekend tot de auto-immuunziekten.
  • Aneurysma
    Zak- of spoelvormige verwijding van een slagader of het hart.
  • Angina pectoris
    Hartziekte die zich uit door pijn op de borst met een uitstraling naar de linkerarm. Ontstaat wanneer de hartspier te weinig zuurstof en voedingsstoffen krijgt. Dit gebrek ontstaat door een vernauwing van de kransslagaders.
  • Angina pectoris, onstabiele
    Een gevorderde vorm van angina pectoris, een zuurstofarmoede in de hartspier. Bekend vanwege het effect van pijn op de borst, eventueel met uitstraling naar de linkerarm.
  • Angiografie
    Diagnostische methode om bijvoorbeeld de mate van dichtslibbing van de bloedvaten te beoordelen. Na inspuiting van een contraststof wordt met behulp van röntgenstraling een opname van de bloedvaten gemaakt.
  • Angioplastiek
    Is een plastische operatie/operatief herstel aan de bloedvaten.
  • Angström
    (Å)eenheid van lengte. 10^-10 meter of 0,1 nanometer of 100 picometer
  • Anorexia nervosa
    Een eetstoornis waarbij de persoon nauwelijks eet (vooral bij jonge vrouwen). Het tegenovergestelde is bulimea nervosa, ofwel een aandoening die zich manifesteert door eetbuien.
  • Anovulatie
    Er vindt geen ovulatie of eisprong plaats.
  • Anti-adhesiemiddel
    Voorkomt dat bij de productie van een tablet het granulaat niet aan de mal van de tablettenpers aankoekt. Voorbeelden: magnesiumstearaat, talk, siliciumdioxide.
  • Anti-uitdrogingstherapie
    ORT bestaat uit het toedienen van water met daarin opgelost zouten en suikers (wellicht bekend als zakjes ORS), omdat men deze stoffen bij diarree ook verliest.
  • Antigeen
    Lichaamsvreemde stof die een allergische reactie oproept.
  • Antihistaminicum
    Medicijn dat tegen allergische reacties wordt gebruikt. Remt de vrijzetting van histamine.
  • Antilichamen
    Antistoffen of globulinen. Worden in het lichaam aangemaakt wanneer vreemde stoffen (antigenen) in het lichaam komen. Onderdeel van de afweer (immuunsysteem).
  • Antioxidanten
    Betekent letterlijk 'tegen zuurstof', voorkómen dat in het lichaam gevormde vrije zuurstofradicalen schade kunnen aanrichten door ze weg te vangen. Vrije radicalen worden gevormd als gevolg van blootstelling aan bijv. roken, straling, milieuverontreiniging. Bekende antioxidanten zijn vitamine C en E. Ook flavonoïden (polyfenolen) hebben antioxidatieve activiteit. De hoeveelheden aanbevolen door het Voorlichtingsbureau voor de Voeding:vit.C 60 mg, vit.E 10 IE en selenium 75µg. Groenten bevatten vele antioxidanten, waaronder bètacaroteen en vitamine C. Oliën zijn vaak rijk aan vitamine E.
  • Antistoffen
    Antilichamen, globulinen. Worden in het lichaam aangemaakt wanneer vreemde stoffen (antigenen) in het lichaam komen. Onderdeel van de afweer (immuunsysteem).
  • Apneu
    Toestand van niet ademhalen. Vergelijk dyspneu.
  • Apolipoproteïne A
    Apolipoproteïne A (ApoA) is het molecuul dat het HDL-cholesterol in het bloed vervoert.
  • Apolipoproteïne B
    (ApoB). Is het molecuul dat het LDL-cholesterol in het bloed vervoert.
  • Apolipoproteïne E gen
    Het ApoE gen ligt op chromosoom 19 en is het tot nog toe het enige gen dat duidelijk geassocieerd is met de ziekte van Alzheimer die op oudere leeftijd optreedt. ApoE komt in drie varianten voor: E2, E3 en E4. Een persoon met de E4-variant heeft duidelijk een grotere kans om de ziekte te krijgen. De aanwezigheid van ApoE4 is dus een risicofactor.
  • Apolipoproteïnen
    Apolipoproteïnen zijn het eiwitdeel van de plasmalipoproteïnen
  • Apraxie
    Is het onvermogen om complexe handelingen uit te voeren, doordat er een onvermogen bestaat in het juist coördineren van de bewegingen van verschillende spiergroepen.
  • Arachidonzuur
    Meervoudig onverzadigd vetzuur. Wordt in het lichaam gemaakt uit linolzuur. Komt voor in dierlijke producten (vlees, eieren, zuivel).
  • Arginine
    Semi-essentieel aminozuur en groeihormoonreleaser samen met ornithine.
  • Aromatherapie
    Is de behandeling met etherische (vluchtige aromatische) oliën.
  • Artritis, reumatoïde
    Chronische auto-immuunziekte waarbij verschillende gewrichten in het lichaam ontstoken zijn. Dit leidt tot zwellingen, pijn, stijfheid en een mogelijk verlies van het functioneren. Ziekte komt vaker bij vrouwen voor
  • Artrose
    Artrose is slijtage van gewrichtkraakbeen (gewrichtsslijtage). Komt voornamelijk voor in de gewrichten van de knieën, handen, schouders, nek en heupen.
  • ASAT
    Aspartaat aminotransferase is een enzym dat wordt gebruikt bij de diagnose van virale hepatitis en een hartinfarct.
  • Ascorbinezuur
    Chemische benaming van vitamine C.
  • Asparagine
    Niet-essentieel aminozuur.
  • Asparaginezuur
    Niet-essentieel aminozuur.
  • Aspartaam
    Nutrasweet, Candarel. Kunstmatige zoetstof. Opgebouwd uit twee aminozuren, fenylalanine en het asparaginezuur. 18 maal zoeter dan suiker.
  • Astma
    Aandoening waarbij de luchtwegen chronisch ontstoken en overgevoelig zijn.
  • Ataxie
    Is een onregelmatige en onhandige beweging van de ledematen en de romp, te wijten aan een stoornis van de fijne coördinatie van spierbewegingen.
  • Atherogeen
    Alles wat atherosclerose (aderverkalking) kan veroorzaken
  • Atherosclerose
    Aderverkalking. Het dichtslibben van de bloedvaten en het ontstaan van de plaques. Bijvoorbeeld dichtslibbing van de bloedvaten die naar de hersenen leiden (gevolg: dementie, beroerte) of die rondom het hart (gevolg: angina pectoris en hartaanval). Waardoor de aderen precies dichtslibben is men het nog niet eens. Factoren die bijdragen aan atherosclerose zijn de oxidatie van het LDL-cholesterol, een verhoogde homocysteïne, vrije radicalenreacties, verstoorde stollingsprocessen en ontstekingen in de vaatwand (feitelijke een immunologische reactie).
  • Atherotrombose
    Afsluiting van een slagader door een bloedprop.
  • Atoom
    Kleinste deeltje van een enkelvoudige stof (element), bestaand uit een kern (met onder andere neutronen) en daaromheen electronen. De bouwsteen van moleculen.
  • Atopie
    Geeft aan dat de aandoening erfelijk bepaald is.
  • Atopisch eczeem
    Is een rode huiduitslag welke veroorzaakt wordt door een allergie.
  • ATP
    Dit is de chemische opslagvorm van energie en is de afkorting van Adenosine Tri Fosfaat
  • Atriumfibrilleren
    Atriumfibrilleren vorm van een hartritmestoornis (te snelle hartslag).
  • AUC
    Area under the curve zegt iets over de efficiëntie van bijvoorbeeld een geneesmiddel. AUC zegt iets hoe snel een (vreemde) stof in het lichaam komt, hoe snel het er weer uitgaat en dus hoe lang het - in welke concentratie - in het lichaam verblijft. Op de x-as is de tijd en op de y-as de concentratie in het bloed/plasma.
  • Auto-immuunziekte
    Ziekte waarbij het lichaam antistoffen aanmaakt tegen lichaamseigen stoffen
  • Avicel
    Witte, kristallijne vorm van cellulose die wel gebruikt wordt om een tablet te maken. Absorbeert gemakkelijk water en olie. Wordt wel gebruikt als bindmiddel en desintegratiemiddel in tabletten.
  • Avitaminosen
    Ziektes als een gevolg van vitaminegebrek.