Voorkom hartfalen
De mens kan niet zonder essentiële voedingsstoffen. Bij het ouder worden neemt ook de behoefte aan ‘age-essentials’ toe, zoals coënzym Q10 en L-carnitine. Ze kunnen onder meer hartfalen helpen voorkomen.
‘Hartboekje’: volledig herziene 3e druk
Dit artikel is gebaseerd op de volledig herziene derde druk van Het Gouden Boekje voor het Hart. Hierin presenteert Gert Schuitemaker acht lifestyle-stappen om een hartinfarct (en hartfalen) te voorkomen.
Vier stappen gaan over voeding en voedingssupplementen: eet mediterraan, neem dagelijks de basissuppletie, blijf alert in uw eigenkeuken én gebruik age-essentials bij het ouder worden. Blijven vier stappen
over, waaronder bewegen, stoppen met roken en het beperken van stressoren. De achtste lifestyle-stap is periodiek een check-up te laten doen. Bij deze laatste stap is er ook aandacht voor medicijngebruik,
dat slechts een ‘alternatief’ is voor een gezond en hartbewust leefpatroon.
Bij essentiële voedingsstoffen denken we in de eerste plaats aan vitamines en mineralen. ‘Essentieel’ betekent hier ‘nodig voor het leven’. Kruiden horen bijvoorbeeld niet tot de essentiële voedingsstoffen.
Zonder kruiden kunnen we immers rustig voortleven, ondanks dat ze best geneeskrachtig kunnen zijn. Maar vitamine C is essentieel. Als we deze vitamine niet binnenkrijgen, ontwikkelen we op den duur de
gebreksziekte scheurbuik en gaan we dood. Behalve op de essentiële voedingsstoffen, wordt binnen de orthomoleculaire geneeskunde steeds meer de nadruk gelegd op de zogenaamde age-essentials. In
gewoon Nederlands: leeftijdsafhankelijke essentiële voedingsstoffen. Bij het ouder worden, gaat de stofwisseling van het lichaam steeds stroever. In de stofwisselingsmachine worden allerlei stofjes
aangemaakt uit weer andere stofjes, met behulp van wéér andere stofjes. Dit raderwerk verloopt in de jonge jaren doorgaans soepel en zonder mankeren. Maar bij het vorderen van de leeftijd verloopt de aanmaak
‘Bij het ouder worden, gaat de stofwisseling van het lichaam steeds stroever.’
van onder andere hormonen, immuunstoffen, neurotransmitters en enzymen niet meer zo vanzelfsprekend als in de jonge jaren. Dan komen de age-essentials in aanmerking als voedingssupplement De bekendste
age-essentials zijn coënzym Q10, R-alfaliponzuur en L-carnitine. Deze voedingsstoffen helpen gebreken te voorkomen en chronische ziekten uit te stellen naar een later tijdstip in het leven. Vooral
afhankelijk van de erfelijke aanleg zijn dat gewrichtsklachten, botontkalking of zoals bij de meesten hart- en vaatziekten. Een goed voorbeeld is ubiquinol, beter bekend als de ‘actieve’ vorm van coënzym
Q10. Dit ubiquinol is erg belangrijk voor de energievoorziening in de spiercellen, waaronder die van de hartspier. Bovendien is ubiquinol een krachtige antioxidant die bij deze energievoorziening de cellen
beschermt tegen de schadelijke zuurstofradicalen.
Ubiquinol
Met het ouder worden, gaan lichaamsprocessen geleidelijk aan haperen. Zo wordt de pompfunctie van het hart minder krachtig. Op den duur manifesteert dit zich als chronisch hartfalen, typisch een
ouderdomsziekte. Verzwakking van de pompfunctie wordt dan door de huisarts of cardioloog bij voorkeur behandeld met medicijnen. Deze zijn erop gericht om de druk die het hart bij het uitpompen van bloed (dus
bij elke hartslag) ondervindt, vanuit de bloedsomloop te verminderen. Maar daarmee wordt de oorzaak van een verzwakt hart niet aangepakt. De hartspier mist namelijk stoffen om adequaat te kunnen pompen. Er
is dus gewoon sprake van voedingstekorten op latere leeftijd. Deze stoffen moeten dus aangevuld worden: het al genoemde ubiquinol, L-carnitine en daarnaast het D-ribose. Deze ageessentials vergroten de
energievoorziening van de hartspier.
In een onderzoek met patiënten met ernstig hartfalen liet een dosis met zo’n 500 tot 600 mg ubiquinol aanzienlijke klinische verbeteringen zien. Voor preventieve doeleinden lijkt een dosering van 50 tot 100
mg per dag voldoende. Voor L-carnitine is dat 500 tot 1000 mg per dag. Onderzoeksgegevens voor preventie ontbreken, maar dr. Ioannis Rizos van de universiteit van Athene onderzocht tachtig patiënten met
ernstig hartfalen. Dagelijks 2 gram L-carnitine liet zien dat patiënten langer overleefden.
De hartspier mist namelijk stoffen om adequaat te kunnen pompen.
ATP-productie
Een derde stof die betrokken is bij de energievoorziening, is het D-ribose. D-ribose is het grondbestanddeel van het energiemolecuul ATP. Elke sporter kent ATP omdat meer ATP hem helpt zijn prestaties te
verbeteren. Topsporters die D-ribose hiervoor gebruiken - meestal door het aan water toe te voegen - zijn er erg enthousiast over. Het is echter ook te gebruiken als age-essential. De Duitse cardioloog dr.
Heyder Omran publiceerde in 2003 een onderzoek met vijftien patiënten met een coronaire hartziekte en een ernstige vorm van chronisch hartfalen. Hij gaf zijn patiënten dagelijks driemaal 5 gram ribose of een
placebo. Informatie over de gezondheidstoestand van de patiënten gebeurde met echocardiografie, met een vragenlijst over de levenskwaliteit en met het meten van de bewegingscapaciteit met behulp van een
hometrainer. De hartfunctie was hoog significant verbeterd door D-ribose in vergelijking met placebo. Ook de levenskwaliteit en bewegingstolerantie waren significant verbeterd ten opzichte van placebo.
Ondanks het feit dat D-ribose populair is bij de topsporter, kan deze stof dus ook als een age-essential beschouwd worden. De hartspier bevat slechts 700 mg ATP, terwijl hij voor zijn arbeid per dag maar
liefst 6 kg nodig heeft. Dit betekent dat het ATP steeds gerecycled moet worden. Bij het ouder worden verloopt dit proces steeds stroever, met als mogelijk gevolg hartfalen.