Voedingssupplementen in Europa
05/01/04 - Op Europees niveau wordt verder gewerkt aan de uitvoering van richtlijnen ten aanzien van voedingssupplementen, die in 2002 zijn vastgesteld. Bovendien wordt vorm gegeven aan de harmonisatie van wetgeving ten aanzien van kruidenpreparaten.
Veiligheidsdossiers
In voedingssupplementen worden diverse vitamine- en mineraalverbindingen gebruikt die nog niet vermeld staan op de positieve lijst van toegestane vitamine- en mineraalverbindingen. Om deze lijst uit te breiden moet per verbinding een uitgebreid veiligheidsdossier worden ingediend bij de European Food Safety Authority, de EFSA.
Zoals het er nu naar uitziet worden er vóór augustus 2005 ruim dertig dossiers ingediend. Hiervan neemt de Natuurproducten Nederland (NPN) ongeveer tien tot vijftien mineraal- en vitamineverbindingen voor haar rekening. De rest komt van grote productiebedrijven in de Verenigde Staten en Europa.
Verbindingen waarvoor een dossier is ingediend voor augustus 2005 mogen op de markt blijven, tenzij de EFSA voor die tijd al een negatieve opinie heeft over de veiligheid. De EFSA moet de beoordeling van de dossiers uiterlijk in 2009 afronden.
Maximale hoeveelheden per vitamine en mineraal
In 2005 zal de Europese Commissie een voorstel doen voor maximale gehaltes voor alle vitamines en mineralen. Ter voorbereiding daarvan bepaalt de EFSA Upper Safe Limits (UL) per micronutriënt. Deze beoordeling moet volgens de richtlijn plaatsvinden op basis van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens. Het is duidelijk dat wetenschappelijke gegevens betreffende de veiligheid het maximum zullen bepalen en dat niet een veelvoud van de ADH aangehouden zal worden. Het voorstel dat de Europese Commissie volgend jaar zal gaan doen, is van groot belang. Hiervan hangt de maximale dosering af die per voedingssupplement op een verpakking mogen worden gedeclareerd.
Traditionele kruidengeneesmiddelen
Op 30 april 2004 werd de wijziging van wetgeving op het gebied van traditionele kruidengeneesmiddelen gepubliceerd. Daardoor wordt het mogelijk kruidenpreparaten, die volgens farmaceutische normen worden geproduceerd en traditioneel zijn, in de toekomst te registreren als een geneesmiddel. Deze producten mogen dan een medische claim gebruiken. Een kruidenproduct is volgens deze wetgeving traditioneel als het reeds dertig jaar is toegepast, waarvan vijftien jaar binnen de Europese Unie. Het is een vereenvoudigde registratie, wat inhoudt dat aan het bewijs van de werking mildere eisen zijn gesteld dan voor gewone geneesmiddelen.
Naast de mogelijkheid van registratie is het voor de supplementenbranche van belang dat, indien een bedrijf niet streeft naar registratie, kruidenproducten binnen de Warenwet verkoopbaar blijven. In de nieuwe EU-wetgeving wordt expliciet erkend dat kruiden ook binnen de Warenwet gebruikt mogen worden. Hieraan moet in Nederland dan weer wettelijke uitvoering worden gegeven.